Het nieuwe decreet sociaal-cultureel werk is van groot belang voor heel wat organisaties binnen het netwerk van beweging.net, zoals Pasar, De Vormers, Internationaal Comité, Samana, OKRA, Welzijnszorg, Pax Christi, Raak en Femma.
Wat aanvankelijk beperkte aanpassingen leken, groeide na een bewogen subsidieronde uit tot een breder debat over de rol, verwachtingen en financiering van de sector. N-VA zette als eerste haar visie op papier in een conceptnota. Enkele maanden later volgde cd&v met een eigen voorstel, dat tot stand kwam in dialoog met het werkveld. Binnen beweging.net werd de voorbije maanden intensief afgestemd en gediscussieerd. Het debat leeft en zal de komende periode verder vorm krijgen.
Stelling: “Het is goed dat N-VA als eerste met een conceptnota naar buiten kwam.”
Katrien Partyka: “Een parlement leeft van debat, dus verschillende politieke meningen mogen botsen. Het indienen van een document om een discussie op gang te brengen is op zich nooit verkeerd. Tegelijk stel ik vast dat het debat niet altijd vertrekt vanuit vertrouwen in de sector. En words do matter. Hoe we over verenigingen spreken, maakt een verschil.”
Lies De Winter: “Net daarom is het goed dat ook cd&v een eigen conceptnota indiende. Zo blijft het debat niet beperkt tot één visie. Ik was niet zo gelukkig toen er maar één nota op tafel lag, precies omdat die vroege positionering het risico inhield dat iedereen zich vast zou zetten in zijn eigen kamp. Dat had de onderhandelingen zeer moeilijk kunnen maken.”
Johan Vyverman: “Voor zover wij weten, kwam de eerste nota van N-VA er met weinig inspraak vanuit de sector. Daarin zie ik weer dat idee van het ‘primaat van de politiek’. Ik reken erop dat die inspraak er wél komt bij de opmaak van het nieuwe decreet.”
Stelling: “Gesubsidieerde organisaties laten zich beter niet kritisch uit over het beleid.”
Katrien Partyka: “Daar ben ik het radicaal mee oneens. Een democratie heeft net nood aan tegenstemmen. Mensen moeten op een gefundeerde manier kunnen zeggen waar het beleid tekortschiet. In het huidige gepolariseerde klimaat glijden we
steeds vaker af naar een logica van: ‘wie subsidies krijgt, moet zwijgen’. Dat is bijzonder ongezond.”
Johan Vyverman: “Sociaal-cultureel werk moet kunnen functioneren als een kanarie in de koolmijn: een signaalgever die maatschappelijke evoluties oppikt en bespreekbaar maakt. Dat is een waardevolle bijdrage aan het maatschappelijk debat.”
Lies De Winter: “Die steeds kleiner wordende ruimte voor kritische stemmen vanuit het middenveld stoort me enorm. Het verengt het debat en verarmt onze democratie.”
“Sociaal-cultureel werk moet kunnen functioneren als een kanarie in de koolmijn: een signaalgever die maatschappelijke evoluties oppikt en bespreekbaar maakt.” – Johan Vyverman
Stelling: “De beoordeling van extremistische organisaties is een taak van de regering.”
Katrien Partyka: “We leven in een rechtsstaat, met duidelijke taken voor iedere macht. De wetgevende macht – het parlement dus – stelt duidelijke en transparante regels op. Bij de uitvoering daarvan moeten we willekeur echt vermijden. Uiteraard mag overheidsgeld niet gaan naar organisaties die aanzetten tot geweld. Tegelijk moeten we oppassen dat verdachtmakingen op zich geen reden worden om organisaties uit te sluiten.”
Lies De Winter: “De scheiding der machten is een basisprincipe van onze democratie. In die zin gaat de huidige regelgeving te ver: ze legt te veel macht bij de regering, die de bevoegdheid erg breed invult. Dat is problematisch.”
Johan Vyverman: “Er is vandaag geen enkele aanwijzing dat organisaties binnen onze sector oproepen tot geweld. Maar door extremisme en geweld steeds in één adem te noemen, zie je wel dat organisaties voorzichtiger worden om standpunten in te nemen.”
Stelling: “Gemeenschapsvorming en cultuur zijn de kern van het sociaal-cultureel werk.”
Katrien Partyka: “Dat vind ik te eng. Gemeenschapsvorming en cultuur zijn belangrijk, maar worden te vaak gereduceerd tot ‘koffieklets en bloemschikken’. Terwijl het sociaal-cultureel werk zoveel meer omvat: het heeft ook een sterke emancipatorische en vormende rol. Het gaat erom mensen te versterken en hen kritisch te laten staan in een veranderende maatschappij.”
Johan Vyverman: “Sociaal-cultureel werk vertrekt vanuit het samenbrengen van mensen en het samen afleggen van een traject. Dat emancipatorische zit dan vervat in de leer- en de bewegingsfunctie. Je kan die niet los van elkaar zien. Samen vormen de vier functies het DNA van de sector.”
“In deze tijden hebben we nood aan sterke organisaties die een kritische stem laten horen.” – Lies De Winter
Stelling: “Ook in het toekomstige decreet wordt er best met beoordelingscommissies gewerkt.”
Katrien Partyka: “Het middenveld en het verenigingsleven staan onder druk. Daarom is het cruciaal dat beoordelingen objectief gebeuren en niet afhankelijk zijn van politieke willekeur. Daarom werk je best met ‘peers’ uit het werkveld, die begrijpen hoeveel inzet en energie het vraagt om mensen te verenigen. De procedure kan wel efficiënter – minder planlast is voor iedereen een winst.”
Lies De Winter: “Die beoordelingscommissies moeten zeker deels behouden blijven. Een sterk voorstel uit de CD&V-nota is om daarnaast te werken met een vaste ambtenaar als contactpersoon. Dat zorgt voor minder planlast én meer continuïteit.”
“Het middenveld en het verenigingsleven staan onder druk. Daarom is het cruciaal dat beoordelingen objectief gebeuren en niet afhankelijk zijn van politieke willekeur.” – Katrien Partyka
Stelling: “Kleine, innovatieve initiatieven zijn de toekomst.”
Katrien Partyka: “Alle grote bewegingen zijn ooit klein begonnen. Innovatie is belangrijk, maar verschillende werkvormen vragen andere middelen. Dagelijks mensen samenbrengen in lokale groepen vraagt meer personeelsinzet en logistiek dan bijvoorbeeld een campagne op sociale media. Net in deze gepolariseerde samenleving is fysieke ontmoeting cruciaal.”
Johan Vyverman: “Ik zie ook binnen de grote verenigingen bijzonder veel innovatie. Onze sector is kritisch voor zichzelf en zoekt voortdurend naar vernieuwing. Dat zit in ons DNA.”
Lies De Winter: “We gaan soms té snel op zoek naar iets nieuws. Zo dreigt een gigantische versnippering van middelen. In deze tijden hebben we net nood aan sterke organisaties die structureel een kritische stem laten horen.”






